“Op de trekker rijden was echt mijn hobby”
Hij is geboren en getogen in Gasteren, begon al op 14-jarige leeftijd met werken en heeft vele baantjes gehad. Bart Veenstra vond het prachtig om op een trekker te rijden. Zijn laatste baan was bij Het Drentse Landschap. Met 59 jaar kon Bart met de VUT. We praten met hem in Vries waar hij sinds 2000 woont. Met zijn 89 jaar praat hij nog honderduit over zijn leven van vroeger. Zijn geheugen is piekfijn in orde, zijn knieën willen niet meer zo goed.
Bij toeval kwamen vader en moeder Veenstra, in 1931, in Gasteren terecht. Zijn vader Andries werkte in die tijd bij een boer in Zeijerveld. Eén dag in de maand had hij een vrije dag. Na dochter Tjitske was er in 1931 een tweeling geboren – Roelie en Harm. “Mijn broertje was wat ziekelijk, hij groeide niet of nauwelijks,” aldus Bart. Wat te doen? “Mijn ouders wisten dat er in Gasteren een vrouw was, Jantje Dijkman, die ook baby’s van andere vrouwen de borst gaf. Mijn vader is toen met baby Harm in de kinderwagen van Zeijerveld naar Gasteren gelopen.” Voor zijn vader betekende dat wel, dat hij dan zonder werk kwam te zitten. “Als je niet komt werken dan ben je ontslagen en je huis kwijt,” zei de boer bij wie hij in dienst was.
In Gasteren moesten Andries en zijn vrouw Aaltje Dekker een nieuw bestaan opbouwen. Ze vonden eerst onderdak op Oosteinde 3. Vier jaar later, in 1935, kochten ze op het Oosteinde een stukje grond en lieten daar voor 2200 gulden door een boer die ook timmerman was, een boerderijtje bouwen: Oosteinde 15. Zijn vader begon daar nu zelf een boerenbedrijf.
Hutten bouwen
In 1936 werd Bart geboren. Hij groeide voorspoedig op, al was hij als baby bijna gestikt in iets dat hij in zijn mond stopte. Zijn oma redde hem door hem ondersteboven te houden en flink op z’n ruggetje te slaan. Was hij een lief of ondeugend kind? Hij geeft antwoord via een omweg. “Mijn broer Harm was veel ondeugender, haalde meer streken uit dan ik. Op school moest hij een keer bij aardrijkskunde de plaats Calcutta zeggen, maar dat wilde hij niet. Meester Molema werd boos en zou hem slaag geven met een stok, maar hij bukte snel, zodat Molema de piano raakte. Wanneer er ruzie ontstond, liep ik weg, maar Harm ging er juist naar toe.”
Bart speelde als kind veel op de brink en bouwde hutten in het bos achter vakantiehuis ‘Het Spinneweb’. In zijn tienerjaren paste hij met drie vrienden wel op kleine kinderen in het dorp op. “Dan hadden wij ook mooi de tijd om te kaarten.” Hij heeft ook wel aan stropen gedaan. “In mijn jonge jaren was er nog zoveel wild rond Gasteren – fazanten, hazen, konijnen, noem maar op.”

School was aan Bart niet besteed. “Ik kon niet best leren. Ik bleef zitten in de eerste klas, in de tweede klas, ging voorwaardelijk over naar de derde, ging over naar de vierde, maar kon het in die klas niet bolwerken.” Les kreeg hij in de laagste klassen van juf De Boer en juf Niewold, in hogere klassen van meester Molema. Alhoewel zijn ouders niet kerkelijk waren, ging Bart wel op zondag naar de zondagsschool. “En ook op school kregen we wel catechisatie van de dominee.”
Bart met zijn oudere broer Harm. Bart staat links en is op deze foto 6 jaar.
Van de Tweede Wereldoorlog heeft hij niet zo heel veel meegekregen, zegt hij. Maar hij kan zich nog goed herinneren, dat er op het eind van de oorlog mensen uit het westen van het land in hun huis werden ondergebracht. Totgangers noemt hij hen. “Ze kwamen sterk vermagerd bij ons en gingen na het eind van de oorlog flink dikker weer terug.” Van de buren werd aan het einde van de oorlog vroeg in de morgen, om een uur of half vijf, door de Duitsers een paard gevorderd. “Twee maanden later kwam het dier uit zichzelf weer terug. Met stropakken hebben de buren toen in de schuur een schuilplaats voor het dier gemaakt.” Hij ziet de bevrijding nog voor zich: langskomende Duitsers richting het Kniphorstbos, op de vlucht voor de aanstormende Engelsen. “Van die Engelse soldaten kreeg ik een stuk chocolade.” Bart was toen negen jaar.
Al jong aan het werk
Op zijn veertiende ging Bart van school. Het was het begin van een tocht langs vele baantjes. ”Ik heb eerst vier jaar, tot mijn 18e, voor de Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst grondmonsters verzameld om te laten onderzoeken.” Daarnaast hielp hij zijn vader die een stuk of zeven koeien had, en werkte hij op het loonbedrijf van Lute Pieters, de vader van Lute Pieters, die nu op Oosteinde 22 woont. Dat was bikkelen, weet zoon Lute zich nog te herinneren: “Wanneer Bart moest grasmaaien, begon hij om half vier ’s morgens en werkte hij door tot zeven uur ’s avonds.”

Eigenlijk, zegt Bart, zat hij het liefst op een trekker. “Daar had je toen geen rijbewijs voor nodig.” Op zijn 18e kon hij aan de slag als melkrijder. De melkbussen uit Gasteren reed hij op een aanhangwagen getrokken door zijn eigen trekker (“mijn eerste was een Porsche”) naar de melkfabriek in Anloo. ’s Morgens om zeven uur en ’s avond om zes uur moest de melk aan de weg staan. En dat zeven dagen in de week. De melk werd in bussen van elk dertig liter vervoerd. “Hij kent,” zegt zijn huidige vrouw Margje Mulder die bij het interview aanwezig is, “nog steeds alle nummers van de melkbussen uit zijn hoofd – welk nummer bij welke boerderij hoorde.”
Pauze tijdens het werk. Bart, toen 16 jaar, met zijn vader
In 1959 trouwde Bart Veenstra met Jantje Schutrup. Hij had haar op een dansavond bij café Hofsteenge in Rolde leren kennen. Bart en Jantje woonden eerst bij Bart zijn ouders in op Oosteinde 15. In 1961 werd hun eerste dochter Jannie geboren. In 1965 kwam hun tweede dochter Anieta ter wereld. In datzelfde jaar verhuisden ze naar “de Bult”: De Hoek 1.
Melkrijden
Dat melkrijden heeft Bart tien jaar lang gedaan. “Omdat het leven in die tien jaar duurder was geworden en ik een nieuwe trekker wilde kopen, wilde ik meer geld voor het melkrijden hebben. Ik moest toen opnieuw voor het melkrijden inschrijven. Maar mijn inschrijfbedrag bleek te hoog. Mijn buurman Ruud Stokker had voor een lager bedrag ingeschreven en kreeg toen de melkrit.” Bart moest op zoek naar een andere baan. Hij werd hovenier bij zijn zwager Berend Schutrup in Rolde. Dat was wederom veel op de trekker zitten. “Op de trekker rijden was echt mijn hobby.” En, gelukkig voor hem, ook vaak zijn werk.
Na het werken bij zijn zwager werd Bart vrachtwagenchauffeur bij de firma Trip-Popken in Assen. “Ja, voor vrachtwagens moest je wel een rijbewijs hebben.” Na enkele jaren is hij daar echter met onenigheid weggegaan. Een nieuwe baan vond hij bij de firma Mia (nu MegaMix) uit Assen voor wie hij op beton- en zandauto’s reed. “Dat waren lange dagen. Ik begon om zes uur ’s morgens en was pas tegen half tien ’s avonds weer thuis.” Maar hij was niet tevreden over zijn salaris. “Ik verdiende daar maar 100 gulden in de week, ik vond dat te weinig en ben weer bij mijn zwager als hovenier gaan werken. Daar kreeg ik 185 gulden per week.”
Weer later kon hij als loonwerker gespecialiseerd in landbouwmachines, in dienst komen bij de werktuigenvereniging in Gasteren. In die tijd heeft Bart diverse cursussen gevolgd, in onder meer lassen, combine en hooipersen. Dat werk heeft hij zo’n 10 tot 15 jaar gedaan. Vervolgens werd hij bij de werktuigenvereniging machinist/werkvoorbereider en ruilde toen van woning met zijn collega Gerrit Kamping en ging op Oosteinde 5 wonen. Daar werd in 1973 hun derde dochter Alie geboren.
Bart op de trekker ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de school in 1980. Bart was toen 44 jaar.
In 1982 verhuisde het gezin naar Oosteinde 15, het huis waarin hij was geboren en opgegroeid. “Daar woonde tot die tijd alleen nog mijn broer Harm die lang vrijgezel bleef. Maar hij leerde een vrouw kennen met wie hij is getrouwd. Die vrouw wilde niet in Gasteren wonen. Daardoor kwam het huis Oosteinde 15 weer vrij. Mijn ouderlijk huis heb ik toen, in 1982, voor 60.000 gulden kunnen kopen. De rente was toen 12 procent!”
De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij voor Het Drentse Landschap gewerkt, hij zat daar vaak op de trekker. Werken bij Het Drentse Landschap deed hij op aanraden van zijn vrouw Jantje. “Bij ons thuis kwam Johannes Dijkema wel over de vloer en die werkte bij het Landschap.” Naast zijn werk hadden Bart en Jan Bonder heel veel schapen als hobby. In 1995, op 59-jarige leeftijd, kon hij met de VUT, een financiële regeling die vervroegd stoppen met werken mogelijk maakte.
Veenstra-populieren
Natuurlijk komen de vier Veenstra-populieren ter sprake, de vier nu forse bomen aan het eind van het fietspad langs het Gasterse Holt, vlak vóór het fietspad op de weg uitkomt die tussen het Oosteinde en de weg naar Anderen loopt. “Die populieren hebben we geplant op aanraden van onze buurman Eite Stokker die klompenmaker was. Voor elk kind één. Uit het hout van de populieren zou hij klompen voor ons maken. Het is er niet van gekomen. De bomen staan er nog steeds. Komend van de Zuides is de eerste van de vier van mij, de tweede van Harm, de derde van Roelie en de vierde van Tjitske.”

Bart voor zijn huis Oosteinde 15, toen 60 jaar oud.
Korte tijd nadat Bart met de VUT was gegaan, overleed zijn vrouw Jantje. Een droevige periode volgde, maar Bart was er de man niet naar om verder alleen door het leven te gaan. Op een bootreis ontmoette hij een vrouw uit Epe die hij erg aardig vond. Maar die relatie hield vanwege de afstand niet lang stand. Niet zo heel veel later kwam hij erachter dat er in Vries een vrouw woonde die weduwe was geworden: Margje Mulder. “Op de thee bij mijn oom en buurman Geert Weggemans hoorde ik dat Margje die ik wel kende, het leven van alleen zijn na het overlijden van haar man niet makkelijk vond. Ik ging gauw naar huis om haar te bellen.” Hij pakte de telefoon en wilde een afspraak met haar maken, maar zij had visite en hield het telefoongesprek kort. Wat later belde zij terug om hem uit te nodigen voor op de koffie. ”Het klikte”, zegt Bart. En hij kwam vaker bij Margje op bezoek. Begin februari van het jaar daarop was Bart weer bij Margje. “Het was toen heel slecht weer en het sneeuwde. Blijf daar maar, zei dochter Jannie van Margje.” Vorig jaar waren ze 25 jaar bij elkaar. En het klikt nog steeds.
Dol op dansen
Hij heeft altijd met veel plezier in Gasteren gewoond, zegt hij. Hij was lid van de – in middels opgeheven – visvereniging, speelde biljart (“maar niet zo goed, maar vond het leuk om te doen”) en maakte jaarlijks met Hemelvaartsdag een fietstocht met de fietsclub die op zijn hoogtepunt bijna 50 inwoners van Gasteren telde. “Van die fietsclub fietst alleen Roelof Bonder nog.” Hij klaverjaste graag (“dat doen Margje en ik nog steeds”) en was dol op dansen. Velen van ons kunnen zich nog wel herinneren dat Bart na een feest of na de uitvoering van de toneelvereniging als één van de eersten op het podium zwierig met een dorpsgenote aan het walsen was.
Zijn 65-ste verjaardag in oktober 2001 ging in Gasteren niet ongemerkt voorbij. Om half acht ’s morgens stond zijn biljartclub met een draaiorgel voor zijn deur en ’s middags werden Margje en hij in een boot door het dorp gereden. Margje: “Het was koud die dag en het waaide flink.” ’s Avonds was het groot feest in de Gasterije, niet in het café-gedeelte, maar in de sportzaal. Meer dan honderd mensen vierden Barts verjaardag mee. Hij wilde eigenlijk niet weg uit Gasteren, maar Margje haalde hem over om bij haar in Vries te gaan wonen. “Daar waren de winkels en voorzieningen dichterbij.” Er ontvallen hen steeds meer mensen door ziekte of ouderdom. Maar gelukkig kunnen beiden nog altijd terugvallen op een grote familie. Bij het feest in 2025 ter ere van het feit dat ze 25 jaar bij elkaar waren, waren 43 familieleden aanwezig. Het fotoboek komt tevoorschijn dat naar aanleiding van dat feest is gemaakt. “Het was een prachtig feest.” Er zit nog leven in de brouwerij in Vries.
Bart in zijn woning in Vries, nu 89 jaar oud.

Marian Stegink
Piet Jansen
Henk Hellema

